Ileen
Montijn

 

De eeuw van het bloesje

29 maart 2017

René Gruau, de Bettina Blouse (detail) uit L'Officiel, 1952. Illustratie uit Hubert de Givenchy, To Audrey with Love (2016)

René Gruau, de Bettina Blouse (detail) uit L'Officiel, 1952. Illustratie uit Hubert de Givenchy, To Audrey with Love (2016)

De hele twintigste eeuw is een bloesje (‘blouse’ klinkt een beetje lijzig) de ideale dracht geweest, voor alle vrouwen. Een bloesje is fris, netjes, flatteus en met alles te combineren. Democratisch, zou je haast zeggen.

In 1952, halverwege de eeuw, opende Hubert de Givenchy zijn voorjaarsshow met de ‘Bettina blouse’ (geshowd door Bettina Graziani), te dragen op een rok. Dat was nog nooit vertoond: een Parijse couturier die geen jurk of pakje, maar losse onderdelen bood! Het was een soort pauselijke zegen voor het bloesje.

De laatste jaren lijkt de glorietijd van dit kledingstuk ineens voorbij te zijn. Er is een probleem ontstaan: het instoppen. Steeds meer vrouwen dragen bloesjes niet meer zedig in de rok gestopt, maar er overheen. Heupen zijn uit de mode, tailles worden zeldzaam, en bovendien is de rok vaak een broek, waarbij instoppen nog problematischer is, want propperig en onflatteus. Maar er overheen laten hangen?

Mannen doen het ook, sommige althans, we hebben het er op deze plaats eerder over gehad, kijk hier. Toen schreef ik dat niets, maar dan ook niets er slonziger uitziet dan het hemd óver de broek: ongekleed, letterlijk. En toch gebeurt het. Voor de luchtigheid en de lijn, vermoed ik, en vooral dat laatste telt want mannen worden steeds dikker en vrouwen trouwens ook. Tucked or untucked, zeggen ze in het Engels.

Hier en daar in damesbladen wordt de half-tuck gepropageerd, er staan zelfs instructiefilmpjes op internet. Maar allemaal voor slanke tailles of smalle heupjes, en die zie je steeds minder in het vette westen. Dat is wel jammer… en niet alleen vanwege de bloesjes.