Ileen
Montijn

 

De hoed van tante Ida

15 augustus 2018

Oude familiebrieven stromen binnen, nu het huis van mijn moeder moest worden leeggehaald. Waarheen ermee? Weg, weg denk je eerst, met een angstig visioen van hoe ooit je eigen huis leeg zal moeten, en je eigen kinderen ermee zullen zitten.

Maar ja, weg? De brieven van mijn grootmoeder aan haar dochter, mijn moeder, als die au pair is in Parijs? Maar wie zal zich er na mij nog voor interesseren? Willekeurig lezend stuit ik op een hoed. Het is 15 mei 1949.

‘Tante Ida had vrijdag een “nieuwe hoed” op. Ze was donderdag bij tante Mabel geweest, die had gezegd: kunt u niet mee loopen! Had lint eraf geknipt, hoed geverfd, buiten gehangen en toen in een half uur nieuw opgemaakt! Keurig.’

Totaal onbelangrijk, maar wel een kiertje naar een andere tijd. Wat zou het voor hoed zijn geweest: vilt, dat flets was geworden, of toch stro? Welke kleur, zwart? Tante Ida was al 82, ik herinner mij haar niet want ze stierf toen ik twee was. Tante Mabel heb ik nog wel gekend. Ze had een zwaar Engels accent, terwijl ze al sinds haar huwelijk in 1918 in Nederland woonde. Mijn moeder dacht dat ze dat expres deed. Maar dat die Engelse tante vakkundig een hoed kon opknappen had zij me niet verteld.