Ileen
Montijn

 

De paarse tuinbroek

1 februari 2019

Boven: ill. Tibor Gergely (1950, bij The Happy Man and the Dump Truck, vertaald als Hoep zei de chauffeur). Onder: Lila Latzhose, ill. Stiftung Haus der Geschichte.

Boven: ill. Tibor Gergely (1950, bij The Happy Man and the Dump Truck, vertaald als Hoep zei de chauffeur). Onder: Lila Latzhose, ill. Stiftung Haus der Geschichte.

Een kleine bijdrage aan het grote, gedroomde lexicon van kledingstukken: dat wat wij een tuinbroek noemen, heet in Amerika een overall. Soms: bib-and-brace overall(s). En wat wij overall noemen, heet daar boiler suit. Soms: coverall. Ook het woord dungarees valt wel: dungaree is oorspronkelijk een zware stof die lijkt op denim.

Het prototype van de Amerikaanse boer draagt zo’n broek. Terwijl het in Frankrijk vanouds de monteur, of meer in het algemeen de arbeider is die zo’n salopette draagt. Ook wel bleu genoemd, of cotte.

Ik vermoed dat dit type broek in Nederland niet inheems is, en dat wij daarom zitten met die vrij idiote term ‘tuinbroek’. Op modepagina’s schrijven ze tegenwoordig vaker salopette.

Maar echt in de mode was de tuinbroek natuurlijk in de jaren ’70, de hoogtijdagen van Dolle Mina. De paarse tuinbroek was een begrip, een symbool van manvijandigheid, tenminste, zo herinner ik het mij. Als je teruggaat naar de bronnen vind je vooral één overheersende paarse tuinbroek: die van Jean Pierre Rawie, die in 1982 een gedicht met die titel publiceerde. “’t Was in café De Paarse Tuinbroek, waar ik sedert jaar en dag / mijn geluk en mijn fortuin zoek / dat ik jou het eerste zag” zo luidt de eerste strofe. En de laatste: “Want waar de liefde aan kapot ging, maanden na die eerste zoen, was dat jij dat paarse rotding / nooit eens van je kont wou doen.” Hihi.

Rawie droeg het voor in het tv-programma van Sonja Barend, het DWDD van die tijd. Zó werd de paarse tuinbroek een begrip, en niet andersom – de macht van de literatuur.

Maar nog even: wat is eigenlijk het Duitse woord voor tuinbroek? Ik weet het weer: Latzhose. (Latz is een slab, net als bib.) Even intikken. En wat verschijnt daar in de Lemo (Lebendiges Museum Online)? Een lila Latzhose, compleet met afbeelding, en een tekst die vertelt dat de paarse tuinbroek midden jaren ’70 geliefd was bij jonge vrouwen die zich ‘afkeerden van het vrouwelijkheidsideaal in de mode’. Het werd, in Duitsland dus, een symbolisch kledingstuk. Hoe kan dat nou? Zou Café De Paarse Tuinbroek net over de Gronings-Duitse grens hebben gestaan, en Die lila Latzhose hebben geheten? De geschiedenis is vol raadsels, of het nu gaat over kleren, of over poëzie.