Ileen
Montijn

 

Het gesmockte jurkje

20 mei 2018

Ik had een smockjurkje, nee, twee zelfs, toen ik twee jaar oud was. Ze waren allebei geruit, want dat hielp bij het smocken, het kunstig om en om naaien van kleine plooitjes, waarmee de stof op de borst werd versierd, en tegelijk iets rekbaars kreeg. In de stem van mijn moeder klonk ontzag als ik haar ernaar vroeg: zij had mijn smockjurkjes duidelijk niet zelf gemaakt. Misschien kwamen ze wel van Tesselschade-Arbeid Adelt, of een andere bron van deftige handwerken voor goede doelen.

Pas sinds kort besef ik dat die smockjurkjes een interessante geschiedenis hebben. In het tijdschrift Textile History staat een lang artikel over de Smock frock, die werd gedragen door boeren en werklieden, en pas met de Industriële Revolutie geleidelijk uitstierf. Een soort versierde kiel. Net als de spijkerbroek van de Amerikaanse werkman klom de smock frock omhoog langs de sociale ladder. Eind 19de eeuw propageerden kledinghervormers hem als alternatief voor dames die hun korsetten wilden afwerpen. Smaakvolle moeders begonnen hun kleuters in smockjurkjes te hullen, en Engelse kunstenaars droegen smock frocks om zich handwerkslieden te wanen uit een tijdperk toen de wereld nog niet vuil en jachtig was.

Wat is dat toch leuk, de genealogie van kledingstukken. Smockjurkjes bestaan trouwens nog steeds, en ook onze kleine prinsesjes schijnen ze te hebben gedragen, kijk hier. Zo zie je, er gaat niets verloren: er komt alleen maar bij.