Ileen
Montijn

 

Kaal in de kinderkamer

13 november 2018

De kinderkamer in het Diaconie-weeshuis Tesselschadestraat Amsterdam, c. 1920 (detail). Coll. Beeldbank Amsterdam

De kinderkamer in het Diaconie-weeshuis Tesselschadestraat Amsterdam, c. 1920 (detail). Coll. Beeldbank Amsterdam

Ach, die schaapjes. Een blik in de kinderkamer van het Diaconie-weeshuis in Amsterdam, de foto is verspreid als ansichtkaart, wanneer zal het zijn? Rond 1920, denkt het Amsterdamse Stadsarchief, waar ze hem hebben. Die gigantische schorten – als van operatiezusters – die veel te grote leren laarzen (op de groei), die ernstige gezichtjes, en bovenal, die kale hoofdjes, van jongens zowel als meisjes. Nee, hier kreeg hoofdluis geen kans.

Je was getekend, als wees. Iedereen moest zijn plaats kennen in die verre wereld van vóór 1960; als je je hand uitstak naar iets waarop je door je afkomst geen recht had, kreeg je een tik. Maar om dit kinderen aan te doen, als die na de dood van hun ouders niet bij familie terecht konden: kaalgeschoren als gevangenen… dat gaat wel ver.
Weeshuiskinderen waren altijd herkenbaar aan hun speciale, rare kledij, ook als ze niet werden kaalgeschoren. Ze werden in de gekste kleren gestoken, meestal in opvallende kleuren. Soms mi-parti, de linker helft zwart, de rechter rood en onder het middel andersom, als middeleeuwse narren. Of met zichtbare nummers, ter herkenning.

Ik lees erover in een stuk van Roelie Koobs in het Jaarboek 2018 van de Nederlandse Kostuumvereniging – het is nog niet verschenen, maar het zal te koop zijn via deze website, en als je lid bent is het gratis. Van mij staat er ook een stuk in; ik houd u op de hoogte.