Ileen
Montijn

 

Op kniples

25 juli 2018

Ineens zat ik op een cursus, eerder dit jaar. En niet de eerste de beste, nee, eentje aan de Meesteropleiding Coupeur, waar je leert naaien en patroontekenen op hoog niveau, in een mooi schoolgebouw in Amsterdam-West. Voor amateurs (zoals ik) zijn er avondcursussen in de professioneel ingerichte leslokalen.

Vijftien avonden van 19-21.30 uur – en denk niet dat dat lang is, het is zó om. Je mocht zelf bepalen wat je wilde leren, en dan kreeg je daar hulp bij van een gekwalificeerde juf. Die ons trouwens – zeven of acht mensen onder wie één man en drie juristen – eerst de beginselen van patroontekenen bijbracht.

De ene man wilde een mannending: overhemden maken. Hij was er bijna meteen al knettergoed in. Iemand anders werkte de hele cursus lang aan één zwarte jas naar een ingewikkeld Vogue-patroon uit de jaren ’60. Weer een ander maakte het ene rokje na het andere jurkje van stretchstof. En ik wilde vooral een jurk namaken die ik al had, maar dan van mooiere stof. Juf Marjon stond voor iedereen klaar.

Wat is het belangrijkste dat ik heb geleerd? Dat het een vak is, naaien. Ik wist het natuurlijk al, ik kon het zelfs al een beetje, maar juist dat beetje is ook bedrieglijk. Als je van nabij ziet hoe het écht moet is dat leerzaam, je beseft dat je voortdurend rommelt… en je leert om dat wat bij te sturen.

Maar ja, het zal nooit mijn vak worden. Trots in mijn nieuwe jurk ontmoette ik een oude vriendin, schrijfster net als ik. Zij bewonderde het kledingstuk en zei: ‘Wat vind ik dat knap. Dat iemand een boek schrijft, dat kan ik me nog voorstellen. Maar een júrk maken, nee, dat niet.’ Hihi. Ik was weer terug in mijn eigen bubbel.