Ileen
Montijn

 

John Everett Millais

Over een verbazende Victoriaanse kunstenaar (februari 2008)

Het werk van de Engelse schilder John Everett Millais (1829-1896) druist in tegen de regels van de moderne ‘goede smaak’. De nauwgezette aandacht voor details, het anekdotisch-verhalende, die vreemde, gewild naïeve plaatsing van de figuren: het heeft allemaal iets overweldigends, iets mateloos. Dat geldt vooral voor Millais’ vroegste werk. Hij was, amper 20 jaar oud, een van de oprichters van de Pre-Raphaelite Brotherhood. Deze ‘broeders’ keerden zich af van de academische schilderconventies, beheerst door de traditie van Rafaël, om eenvoud en waarachtigheid te zoeken – maar wel met de schildertechniek van hun eigen tijd.

Bij Millais leidde dat tot verbazende schilderijen zoals zijn Isabella, dat (via een gedicht van de romantische dichter Keats) een verhaal uit Boccaccio’s Decamerone illustreert. Twaalf middeleeuws geklede figuren zitten op middeleeuwse wijze in een rij aan tafel, maar hun profielen vormen een bonte, rommelige reeks van individuele trekken. Het is een ongemakkelijke compositie – en dan is er nog dat vreemde, uitgestrekte been, gehuld in een witte kousebroek, tegen de achtergrond van het wit-damasten tafelkleed. Het is het been van een boze broer van de mooie Isabella, die een hond wil schoppen. Het schilderij is nog net zo verontrustend als het geweest moet zijn voor Millais’ tijdgenoten.

Begonnen als wonderkind, zou Millais waarschijnlijk succes hebben gehad met elke schilderkunstige stroming die hij had gekozen. Prerafaëlitische schilderijen als Isabella werden iconen, wat ook geldt voor Ophelia, het meisje dat ruggelings in het water ligt tussen bloemen en waterplanten: even ongewoon, maar weer totaal anders.

Millais werd een van de succesvolste Engelse schilders van zijn tijd. Hij schilderde met welhaast fotografische ‘echtheid’ verhalende voorstellingen, of meisjes en vrouwen in idyllische omgeving. Hij werd een gewild portretschilder van de rijken en de machtigen. Zijn ‘fancy pictures’, aandoenlijke kinderportretten, culmineerden in Bubbles (1886), het portret van zijn bellenblazende kleinzoon, dat wereldberoemd werd doordat het werd gebruikt in advertenties voor Pears’ Soap. Aan het eind van zijn leven schilderde hij in zijn geliefde Schotland landschappen. De ruige onherbergzaamheid daarvan maakte indruk op Vincent van Gogh.

Nu wijdt het Van Goghmuseum, heel toepasselijk, een grote overzichtstentoonstelling aan Millais (de eerste in Nederland). Dat past in een lijn die begon met de opzienbarende Alma-Tadema-tentoonstelling, in 1996 in hetzelfde museum: de rehabilitatie van 19de-eeuwse kunstenaars die waren vergeten en verguisd, omdat hun werk haaks staat op het zegevierende modernisme. Tentoonstellingen over de Rus Ilja Repin en de Nederlander Jozef Israëls, de afgelopen jaren, hoorden ook bij deze grootscheepse rehabilitatie van wat sommigen wellicht ‘edelkitsch’ zullen noemen. Het Groninger Museum belooft ons voor het eind van 2008 weer een Engelsman, John William Waterhouse (1849-1917), schilder van sprookjesachtige en antieke scènes. En als het oppoetsen van deze laatste misschien een stap te ver is, dan is de herontdekking van de eigenzinnige John Everett Millais dat beslist niet.

(Recensie van een tentoonstelling in het Van Gogh-museum, feb-mei 2008, gepubliceerd in Kunstschrift 1/2008