De bouwmeester en zijn kerk
Opnieuw ben ik in een mooie Cuypers-kerk geweest, één met een bijzondere, schilderachtige pastorie erbij: in Bovenkerk, dat tegenwoordig gewoon Amstelveen is. Weer ontvangen door zo’n aardige koster, mijnheer pastoor verscheen ook nog even; een oud-missionaris, vertelde de koster later. Zoals altijd kwam de achteruitgang in het kerkbezoek ter sprake, de treurige moderniseringen van de jaren zeventig, de ‘kleine beeldenstorm’, maar ook het wonderlijke feit dat moderne protestanten steeds meer aan kaarsjes en rituelen doen. — En dan denk ik: ben ik nu hypocriet? Wie ben ik, als niet-gelovige, om mee te leven en te praten, terwijl ik diep in mijn hart (of mijn hoofd) de georganiseerde godsdienst afkeur en zeker weet dat O.L.H. niet bestaat? Maar in die kerken heerst zoveel vriendelijkheid, ja goedheid, eenvoud ook: daar tegenover kan ik niet opstandig zijn. In tegendeel, ik vind het prettig om er even bij te zijn. Ik kan ook weer niet geloven dat daar kwaad bij zit.