Heimito von Doderer
Ik moest naar Groningen, het was een zonnige zaterdag, en vliegend over de snelweg zat ik te luisteren, te grinniken, mee te denken en te genieten van een cd die ik had gekocht bij de onvolprezen Weisse Rose (Duitse boekwinkel in Amsterdam) om de lange reistijd door te komen. Het was een dossier over de Oostenrijkse schrijver Heimito von Doderer (1896-1966), schrijver van wijdlopige en toch geconcentreerde, grote romans. Hij klonk een beetje als Reich-Ranicky, nadrukkelijk met rollende r’s, elk woord doordacht, en hij vertelde over hoe hij schrijft, met voor ieder doel een vulpen in een andere kleur. Ook las hij voor, en daarna vertelde zijn zusje over hun gelukkige jeugd, met ouders die een grote boerderij kochten aan de rand van een bos en hun kinderen daar meestentijds achterlieten, zodat ze de hele tijd heerlijk konden spelen. Zijn geliefde op latere leeftijd, Dorothea Zeemann, vertelde dat hij haar altijd lekkere hapjes gaf, en nooit wilde dat zij aan calorieën dacht, zodat zij al gauw heel dik was geworden. Het was fascinerender dan ik hier kan uitleggen en ik werd zelfs niet kwaad toen we bij Drachten allemaal even van de snelweg moesten, want ik was ook gelukkig.