Maria van der Ent, 1900-1991
s Avonds mag je lezen. Lezen is geen werk, hebben we allemaal thuis geleerd. Zelfs onder mensen die voor hun beroep lezen en schrijven (zoals ik) is dat idee op z’n minst een béétje blijven hangen: dat het luxe is om een boek te lezen. Dat verklaart natuurlijk het succes van al die vervelende, pretentieuze, verplichte-want-veelbesproken boeken: dan is het tenminste niet gewoon fijn.
Ik ben sinds een paar dagen verzonken in In betrekking door Maria van der Ent – jeugdherinneringen van een vrouw, geboren in 1900 in een Rotterdams arbeidersgezin. Zo leuk! De licht godsdienstwaanzinnige ouders, die niet minder dan 13 kinderen kregen (omdat haar moeder haar vader zo’n lekkere man vond, is Maries suggestie) – de papboer die ’s avonds door de straat kwam, met op zijn hittenwagen een grote blauwe ton met warme karnemelksepap, drie cent de liter – en dan hoe het ging in Maria’s dienstbodetijd, vanaf haar twaalfde. Prachtig, en alles met de lichtjes absurde inslag die het leven nu eenmaal eigen is.