Ileen
Montijn

 

Living history

20 augustus 2007

Marretjes zeeppot en wastobbe

Marretjes zeeppot en wastobbe

Zaterdag was ik even terug in het Zuiderzeemuseum, en wat is het daar leuk. Ik at een botervet, pas gerookt harinkje, gewoon met mijn handen (er is een kraan, zeep, een geblokte handdoek voor als je klaar bent) en keek binnen bij de smid – kling! kling! – die een tang aan het smeden was. De zeilmaker heb ik dit keer gemist, maar in het Urker straatje wonen nog steeds Riekelt en Jannetje Weerstand. Het is daar 1907: zij snijdt uien voor in de bonensoep, hij maakt een haringnet. Aan de overkant vouwt Marretje, de weduwe Rombout, grote hemden en onderbroeken op; zij wast voor andere mensen. Haar man Klaas is op zee gebleven en zij moet toch in leven blijven.
    De walmen van petroliestellen, de rook van kolenvuur, de lucht van de visrokerij, van taanvloeistof en lijnolie, zij vermengen zich tot – tot de geur van het verleden, wil ik zeggen. Ach lezer, u vindt het kinderachtig en nostalgisch, maar bij al het gepraat over het Nationale Historische Museum, over de Canon en wat al niet, denk ik: ga dan eens daar kijken, in de openluchtmusea, dáár wordt het bestaan van de Nederlanders vroeger tenminste getoond. Aan die living history kan geen spectaculair modern gebouw vol audiovisuele rimram ooit tippen.