Ileen
Montijn

 

Expat-kind

13 oktober 2007

Wenen, Stephansplatz, oktober 2007

Wenen, Stephansplatz, oktober 2007

Ik was een expat-kind. ‘Expat’ was een woord dat toen nog niemand gebruikte: je zei gewoon dat je in het buitenland woonde, en daar ter plaatse hoorden ze het wel – of niet, want als je klein bent, leer je razendsnel een taal te spreken net als alle andere kinderen. Zelfbescherming waarschijnlijk. Dus was ik tussen 1960 en 1963 drieënhalf jaar lang een Weens meisje, dat de plaatselijke school bezocht, blokfluitles had en Indiaantje speelde. En toen ik een konijn kreeg, noemde ik het tot onuitsprekelijke vertedering van mijn ouders Esterhazy, want een ‘Hasi’ was een konijntje.

Expat zijn gaat je niet in de koude kleren zitten – Máxima kan ervan meepraten. Zelfs als je na een jeugd in het buitenland weer terugkomt, zit je met een nogal ingrijpend ànder stuk leven dan je leeftijdgenoten. Als een gesprek over vroeger gaat moet je snel even kiezen: zeg ik het, of omzeil ik het? En zelfs al heb je maar één paspoort (mijn broertje heeft er toevallig twee, want die is in België geboren) blijf je altijd een béétje een vaterlandsloser Geselle.