Het ministeriële ideetje om gewone gloei- (dus niet spaar-)lampen te verbieden, schijnt weer van de baan te zijn. De gloeilamp zou toch wel uitsterven, zo wisten mensen met iets meer verstand dan de minister. Iedereen wíl al meer licht voor minder geld. Is in dat verband eigenlijk nog opgemerkt dat weinig dingen het huiselijke stroomverbruik zo omhoog hebben gedreven als de spaarlamp? De onmiddelijke reflex van de spaarlampkoper is namelijk, het gezelliger te maken met méér lampjes – bijvoorbeeld ook in de tuin – en die langer te laten branden. (Een leuke analogie is het recente bericht, dat automobilisten die een slipcursus hebben gevolgd, daarna beduidend meer ongelukken blijken te maken dan anderen – tuurlijk, hihi!) De mens is nu eenmaal géén redelijk wezen, en denkt níet economisch. Het enige wat hij wil is een ‘goed gevoel’ – en dat de anderen zich houden aan wat hij het beste vindt natuurlijk. Meer dan ooit zijn ministers net mensen. Maar die Plasterk, als u het mij vraagt, die houdt het niet meer lang.