De verkoop van vuurwerk is begonnen: drie dagen voor Oudjaar, en ach jee, omdat er een zondag tussen zit (waarop het zowaar verboden schijnt te zijn vuurwerk te verkopen) vier. Vandaag legt iemand op de kunstpagina van de Volkskrant uit wat er zo fijn is aan keiharde knallen. Hij doet dat niet slecht moet ik zeggen, ondanks zijn vulgaire associaties met seksueel prestige en plezier in herrie op de plee. Zo maakt hij een vergelijking met knaleffecten in de klassieke muziek, en dat is heel slim: ja, Berlioz’ Symphonie Fantastique!
Goed, dan zal het zo zijn dat sommigen behoefte hebben aan méér diepe (lees: harde), louterende knallen en dreunen dan ze kunnen krijgen in concertzalen van beiderlei kunne. Snap ik. Wat is logischer dan voor deze behoeftigen voorzieningen scheppen? Méér concerten, in goed geïsoleerde ruimten. Vuurwerk dat in zulke ruimten kan worden afgestoken. Speciale reizen voor vuurwerkliefhebbers naar onbewoonde streken, eindreiniging inbegrepen in de prijs. Heerlijk! Alles mag, ze mogen zelfs hun eigen oren mollen van mij – maar vanzelfsprekend moeten ze de anderen, de argeloze passanten en bewoners, niet de stuipen op het lijf jagen. Dus niet hier, niet in onze straten.
En anders? Anders blijven wij toch denken dat het effect van al die louterende knallen op ons, de stilteminnenden, deel van het plezier is. Voor dat plezier bestaat een woord: sadisme.