In een afgelegen kast hier in huis staat een versleten boekje, gebonden in kunstleer van een ondefinieerbare grijsbruine kleur: Italiaans zonder moeite. Behalve die titel staat op het omslag een cirkel (die ik nu pas herken als een grammofoonplaat) met daarin het woord ASSIMIL. Het herinnert me aan toen ik een jaar of acht was, of negen, in elk geval: een tijd waarin ik een grote honger naar moppen had, getekende moppen. Cartoons. Die waren erg schaars in mijn ouderlijk huis. Maar die Assimil-boekjes – mijn ouders hadden er verscheidene – bevatten een soort grappige tekeningetjes die als surrogaat konden dienen.
Gretig bladerde ik ze door, moeizaam ontcijferde ik de bijschriften, de vertaling was op een naburige bladzij te vinden. Het was altijd een heel gewoon zinnetje, met een absurd plaatje erbij. Ik hoop dat ik u niet stoor! Spero che non la incomodi! Even de prettige prikkel van een grapje. En nu: alsof ik weer iets ruik van hoe het was, toen.