Ileen
Montijn

 

Castratenzang

13 november 2009

Op de radio klinkt steeds de stem van Cecilia Bartoli; haar nieuwste cd is een eerbetoon aan de duizenden jongens wier mannelijkheid in vroeger eeuwen werd geofferd op het altaar van de kunst. Hun stemmen bleven hoog, en werden (met geluk en hard werken) prachtig mooi. Ik heb wel eens gehoord dat Josef Haydn als koorknaap ternauwernood is ontsnapt aan dit lot.

Er schijnt speciale muziek voor castraten te zijn gecomponeerd. Wat Bartoli daarvan zingt klinkt prachtig – misschien is deze muziek wel speciaal geschikt voor haar stem, een beetje over the top, zeg maar. Ik heb hier geen last van de Bartoli-moeheid die mij de laatste tijd nogal eens overvalt.

Er is een toepasselijk gedichtje van Heine dat nu steeds in mijn hoofd zit. Vooral dat over de dames, die zo geroerd worden door de liefdesliederen is grappig – en een beetje boosaardig.

Doch die Kastraten klagten,
Als ich meine Stimm erhob;
Sie klagten und sie sagten:
Ich sänge viel zu grob.

Und lieblich erhoben sie alle
Die kleinen Stimmelein,
Die Trillerchen, wie Kristalle,
Sie klangen so fein und rein.

Sie sangen von Liebessehnen,
Von Liebe und Liebeserguß;
Die Damen schwammen in Tränen
Bei solchem Kunstgenuß.