Ileen
Montijn

 

Boze moslims

16 mei 2010

Het Suezkanaal in 1956

Het Suezkanaal in 1956

Oud-kolonel jhr. mr. M.W.C. (Marien) de Jonge publiceerde anderhalf jaar geleden, hij was al 97, zijn herinneringen aan zijn tijd als commandant van het 4de Eskadron Pantserwagens, Regiment Huzaren van Boreel, bij de ‘politionele acties’ in Nederlands-Indië (1947-1949). Mijn ruiters, heet het boek, dat levendig is verteld en mooie anekdotes bevat. Zoals deze, over een confrontatie tussen moslims en westerlingen in 1947.

Toen het schip (de Kota Inten) met de Nederlandse soldaten aan boord het Suezkanaal passeerde, bleek dat – zoals de Jonge het formuleert – Soekarno’s propaganda in de islamitische wereld ook hier was doorgedrongen. De Arabische werklieden langs het Kanaal schreeuwden vol woede naar het schip. Zij tilden hun djellaba’s op en zwaaiden met hun ontblote geslachtsdelen: een Oosters gebaar van verachting. De Nederlanders aan dek lachten daverend (tenminste de mannen; de meegereisde verpleegsters vluchtten snel naar binnen). Een Nederlandse soldaat, Abel, liet zijn broek zakken en zwaaide terug – waarop de Arabieren nog bozer werden en met klinkers gooiden.

Het is een onvergetelijk verhaal, en volkomen geloofwaardig, op één detail na: die verpleegsters die zich uit de voeten maken. Dat heeft De Jonge (die vorig jaar nog meeliep in de jaarlijkse Veteranenmars) denk ik verzonnen, uit pure ridderlijkheid.