W.G.F. Jansen (1871-1949), Rommelhaven te Harlingen met Grote Sluis
Buiten stond windkracht 7 à 8, dus bleven we in de haven; en dat was toevallig de Noorderhaven in Harlingen. Geen straf om daar verwaaid te liggen: Harlingen is een mooie kleine stad en de Noorderhaven een bijna statige gracht met oude gevels. Eindelijk had ik tijd om het Hannemahuis te bekijken, een museum dat honderd dingen heeft waar je ogen aan blijven hangen: van de grillige, stokoude beukeboom in de museumtuin tot de wand met proeftegeltjes van de laatste Harlinger tegelfabriek (er is hier eeuwenlang aardewerk gemaakt) en de tentoonstelling van het werk van de schilder W.G.F. Jansen (1871-1949).
Het is een verbazend rijk museum achter een eenvoudige gevel. Dat moet te maken hebben met de geest van de familie Hannema. Een negentiende-eeuwse Hannema, Leendert (1825-1910) was jeneverstoker – maar hij sloot zijn bedrijf in 1856 omdat hij zag hoeveel ellende zijn product veroorzaakte. Nu dient zijn woning, inclusief de fundamenten van de oude stokerij die zijn teruggevonden onder het pand, om moderne bezoekers iets over het verleden bij te brengen; dat zou de oude Leendert zeker hebben goedgekeurd. (Ik denk zelfs dat hij zich als Harlinger zou hebben verontschuldigd voor de luid versterkte feestherrie, die ’s avonds de stilte in de Noorderhaven verstoorde.)