Van alle middeleeuwse, adellijke rechten doet dat op het houden van zwanen wel het merkwaardigste aan. Keizer Karel, zo lees ik in mijn aantekeningen, vergaf dat recht in 1524 aan een pluimgraaf. Zelfs het rapen van dons – want daar ging het om – was niet iedereen toegestaan.
Dons is wonderbaarlijk spul. Niets koestert zo en voegt zich zo heerlijk om je lichaam; geen synthetisch dekbed kan zich daarmee meten. Als je dat beseft is een donzen dekbed onbegrijpelijk goedkoop – ik weet het goed, want ik heb er gisteren een gekocht. Het vorige was minstens 15 jaar oud, en een beetje zwak geworden.
Het is met dons eigenlijk hetzelfde als wat ik ooit iemand hoorde zeggen over scheermesjes: duizend jaar geleden kon slechts een rijke enkeling – een koning misschien – in het bezit komen van zoiets fenomenaal scherps en duns. Nu koop je het bij iedere drogist. Ooit was een bed van fijne dons een rijk en zeldzaam bezit; nu fiets je even naar V&D, en slaapt nog diezelfde nacht als een prinses. (Alleen is het wel ganzendons; zwanendons lijkt te zijn uitgestorven. Of zou ergens nog een adellijk bedje daarmee zijn gevuld?)