Esonstad, augustus 2013
Komt het door de rare naam? Door de uithoek waar het ligt? Toen ik vorige week door Esonstad liep, hing de verveling er voelbaar in de straten. Een kind fietste langs, hier en daar wandelden wat mensen in vrijetijdskleding, maar achter de meeste ramen was het leeg.
Toch is het een heel schattig stadje. Esonstad is nieuw en oud tegelijk, het is ontworpen om er uit te zien alsof het uit de middeleeuwen stamt. Sinds zes jaar is het klaar: een vierkant stratenplan (een snufje Thorn, een beetje Aigues-Mortes), de huisjes allemaal verschillend, een tot restaurant verbouwd raadhuis, een jeu-de-boulesbaan op een brede straat (voormalige gracht?) en resten van een oude stadsmuur, met afwijkende stenen opgelapt. Aan de rand huizen met tuinen, een soort stadsuitbreiding; rondom is water. Voor kitsch – natuurlijk is het kitsch – is het heel smaakvol.
Maar kennelijk kan zoiets niet op zichzelf staan. In het Zuiderzeemuseum komen jaarlijk ruim 200.000 bezoekers kijken in het Urker straatje anno 1905, in Las Vegas is het stukje Venetië een superattractie – maar daar beleef je iets: je kunt er al je geld verspelen, of kijken hoe een levende acteur netten boet. In Esonstad is nog niet eens een handwerkwinkeltje te vinden om geld uit te geven of even met een ingezetene te praten.
Eigenlijk toont Esonstad de zwakte van architectuur. Je kunt niet zomaar huizen neerzetten, ook geen leuke oude, en denken dat de rest vanzelf komt.