Ileen
Montijn

 

Strohoed – matelot

30 juni 2014

Auguste Renoir, Le déjeuner des canotiers, 1881 (Phillips Collection, Washington)

Auguste Renoir, Le déjeuner des canotiers, 1881 (Phillips Collection, Washington)

Dit is de zomer van de strohoed, lijkt het wel: je ziet ze overal. De strohoed begon omstreeks 1880 opgang te maken. Hij was sportief, informeel, goedkoop, en werd gedragen door dames, heren en kinderen. Een eeuw geleden verwisselde ’s zomers menige heer zijn vilten hoed voor een strohoed.

Vanwege de oorspronkelijke associatie met het strand en de watersport heette hij ‘matelot’. Onder die naam komt hij voor in oude romans: zij droeg een eenvoudig matelotje… Dus schreef ik gedachteloos in een tentoonstellingstekst: afgeleid van de matrozenhoed.

Gisteren vielen de schellen van mijn ogen: hoezo matrozenhoed? Matrozen dragen toch geen strohoeden? Bij nader inzien blijkt ‘matelot’ als hoed alleen in het Nederlands te bestaan: het is nep-Frans. In echt Frans heet zo’n hoed een canotier. Een canot is een bootje, een canotier een roeier (en een matelot een matroos). Iemand heeft iets heel verkeerd begrepen, een jaar of 134 geleden.