Ileen
Montijn

 

Toverwoord

25 augustus 2015

De winkel van Laura Dols, Wolvenstraat, Amsterdam

De winkel van Laura Dols, Wolvenstraat, Amsterdam

Geen beter toverwoord dan ‘vintage’. Oorspronkelijk was het een wijnwoord: wijnjaar, jaaropbrengst, wijn van een bijzonder jaar… Daarna kon je ook zeggen, althans in het Engels: ‘dit is echt vintage Kingsley Amis’, of wat dan ook. Vervolgens kreeg je ook vintage oude auto’s, daarna (denk ik) handtassen… en toen ging het over mode, en was het hek van de dam.

Wanneer was dat? Geen idee, maar de ‘Voddenkoningin’ van Saskia Goldschmidt zegt dat het halverwege de jaren negentig was. Tweedehands werd vintage. Die koningin was op dat moment al ruim 20 jaar als koopvrouw bezig met oude kleren; het boek vind ik nogal grof besnaard en kitscherig geschreven, maar het gaat over een wonderbaarlijk verschijnsel. In Westeuropa, dat superrijke werelddeel, gingen vanaf de jaren zestig steeds meer jongeren zich in oude spullen hullen, spullen die uit de mode waren, afgedankt, goedkoop – maar in kennersogen mooi. Een revolutie!

Daarna volgde dus die tweede omwenteling: de revolutie gesmoord in haar eigen succes. Vintage werd onderdeel van het grote consumeren, en eigenlijk betekent het niks meer.

Even vroeg ik me af: hoe zouden de Fransen het eigenlijk noemen, de Fransen die altijd zo precies zijn op hun taal? Mode millésimée? Nee hoor. De kracht van het toverwoord is zo sterk dat de Fransen zijn gezwicht: mode vintage heet het (en met de uitspraak blijft het tobben, daar).