Avondjurk van Balenciaga 1965-'66, roze zijde bezet met struisvogelveren (foto Sotheby's)
Mevrouw, mag ik uw jas aaien? vroeg ik laatst aan iemand die ik zag op een min of meer geleerde bijeenkomst. Het mocht. Ik bleek goed gezien te hebben dat haar onopvallende, doch beeldschone jas iets bijzonders was: hij was van geschoren nerts, zei de eigenares – een genot om te strelen.
Een mens wil niet alleen in kleine holletjes kruipen – thigmofilie, het verlangen waarover Midas Dekkers’ nieuwste boek gaat – maar hij wil ook zachte dingen voelen. Aanraken, aaien.
Sommigen drijven het verlangen naar aaibaarheid wel heel ver. Deze zomer was er een veiling bij Sotheby’s in Parijs, waar ongehoorde prijzen werden betaald voor haute-couture-jurken die waren verzameld door Didier Lutot. Bij elkaar werd een miljoen betaald voor 160 objecten. Een jurk van Balenciaga uit 1965 was de klapper: geschat op 6000-8000 euro, bracht hij 56.250 euro op.
Ga je op de website kijken naar die jurk, dan zie je dat hij vreemd afsteekt tussen alle fraaie, originele, gebeeldhouwde ontwerpen. Hij is namelijk van onder tot boven bezet met zijdezachte struisvogelveren. Zelfs de rankste vrouw die hem aantrekt, moet een vormeloos konijn worden. Maar ja, wel heel, héél aaibaar.