Ileen
Montijn

 

Aardappels

18 december 2009

Ernest Witkamp, Aardappellezers (1884) Kartoffelmuseum, München

Ernest Witkamp, Aardappellezers (1884) Kartoffelmuseum, München

Zojuist geluncht met twee kleine, koude aardappeltjes, overgebleven van gisteren. Op een vork geprikt, beetje zout, heerlijk. Pas de laatste jaren ben ik vertrouwd geraakt met aardappels, iets waarvoor ik vroeger nooit de geringste belangstelling had. Ik geloof dat ik ze burgerlijk vond (dat zijn ze natuurlijk ook). Als ik ze kookte waren ze zelden gaar, al werd ik erg kwaad als iemand aan tafel het waagde dat hardop te zeggen. En lekker? Aardappels? Op het enkele bejaarde echtpaar in mijn omgeving dat wel eens sprak van een ‘lekker aardappeltje’ wilde ik liever niet lijken. Daarom vond ik rijst, deegwaren, brood, àlles interessanter dan aardappels. Ach, hoe dom.

Het grappige is, dat ik al lang wist dat mensen gaan houden van wat ze altijd eten – Chinezen zijn ècht dol op rijst, Italianen willen heus het liefste pasta, dat is meer dan gewoonte: het is liefde. Liefde uit vertrouwdheid, wat niet de slechtste soort is. En nu houd ik dus ook van aardappels. De vastkokende van Albert Heijn zijn uitstekend. Bildtstar, Rosevale, die yuppenknolletjes, ook lekker. Ik weet dat er nog onontdekte werelden klaar liggen als ik me ga wagen aan Dorés of Andijker muizen. Er is van alles over te vinden op het www, bij de Spinazieacademie van Lizet Kruyff bijvoorbeeld, of gewoon bij de Aardappelpagina. Maar ik stel het avonturen nog even uit, want voor je het weet ben je een aardappelzeur.