Ik zat achter een pet. Een pet! Het was in het Concertgebouw, meer een wereld van hoeden dan van petten eigenlijk. Maar dat was niet waarom ik me eraan stoorde, en zelfs niet vanwege het uitzicht-belemmerende effect, dat trouwens wel meeviel. Nee, dat het me hinderde was simpelweg de reactionaire opwelling: dit hóórt niet. Een man moet binnenshuis zijn hoofddeksel afnemen, tenzij het een keppeltje is. Waarom? Geen idee.
Het is wonderlijk dat de hoeden-etiquette, hoe willekeurig en tegenstrijdig ook (want in de ene cultuur wordt streng verboden wat in de andere juist een onwrikbare regel is) kennelijk diep in het gemoed verankerd zit. Ik kan zo gauw geen andere kledingregels bedenken waarvan de overtreding zo’n effect op me heeft. Nou ja: totale naaktheid (de man die in een string door de straten van Amsterdam rolschaatste) of totale bekleding (een mens in een boerka die ook het gezicht verbergt). Maar wat is zo’n petje, daarmee vergeleken?