Ileen
Montijn

 

Betoverde zomer

30 augustus 2007

Het Twentekanaal bij Eefde

Het Twentekanaal bij Eefde

Het was menens met C. (zie ilogje van15 augustus). Zeker tot mijn twintigste zou de gedachte aan hem mij nooit voor lang verlaten, al waren er andere jongens, andere liefdes. Als ik nu aan C denk, denk ik vooral aan de betoverde zomer toen ik net zestien was; hij logeerde bij ons, want we waren verhuisd.

Die zomer was het altijd mooi weer. We gingen met mijn broertjes en andere kinderen naar een strandje aan het Twentekanaal om daar te zwemmen. Het water was onvoorstelbaar vies (rond 1970 waren veel dingen in Nederland op z’n ergst: de vervuiling van rivieren en kanalen, de verkeersdoden, de sterfte aan hart- en vaatziekten). Het deerde ons niet; wij lagen op dat strandje naar elkaar te kijken. Als hij zijn ogen dicht deed zag ik onder zijn dichte, gekrulde wimpers nog een glimpje van zijn oogwit. – En toch was het daarna niet echt ‘aan’, ik weet ook niet waarom. Soms was er een brief, soms lang niet: we raakten in en uit elkaars ban, jarenlang.