Breiende familie op het Engelse platteland. Prent van G. Walker (1814)
Anderhalve sok heb ik in mijn leven gebreid; toen hoefde ik niet verder, want het werd zomervakantie. De ooit witte, door het breien groezelig geworden sok-en-een-half is verdwenen, maar breien verleer je niet. Leert nu iemand nog breien op school? In mijn familie is een verhaal dat een van mijn ooms op een school zat waar ook jongens leerden breien, en dat mijn grootvader boos werd toen zijn zoon thuis kwam met een goed cijfer voor dat vak.
Breien is niet alleen sekse- maar ook standsbepaald. In het Jaarboek 2015 van de Nederlandse Kostuumvereniging staat een artikel van Jacoba de Jonge, nestrix van de Nederlandse kostuumwereld, ‘Hoe tricot kleding in de mode kwam’. Zij schrijft dat breien oorspronkelijk geen handwerk voor dames was. Waarom? Omdat arme mensen de hele dag breiden, zelfs lopend, en wat ze maakten was eenvoudig en nuttig: meestal kousen. Daar wilde je niet op lijken.
Toen kwam het haken op, tegen het midden van de 19de eeuw. Daar kon je kleedjes en randjes en kraagjes mee maken, het een nog nuttelozer dan het ander, hoera! Het zag er ook nog eens eleganter uit, als bezigheid in de salon, dus werd dat een veel geliefdere vorm van handwerken.
Ik kan het niet helpen, ik vind het heerlijk om zoiets te lezen: natuurlijk, zó was het! Dat Jaarboek is trouwens helemaal aan breien gewijd, van de oudste tijden tot nu. Het sluit aan op de huidige kleine breigolf (zie eerdere ilogs), het is prachtig en veelzijdig en ik ga het maar eens van kaft tot kaft lezen.