De witte bruidsjurk is gezonken cultuurgoed. Honderd jaar geleden konden alleen de rijken zich die luxe veroorloven; anderen kozen zo mogelijk een nette jurk in een donkere tint (vaak zwart), waar ze nog jaren plezier van hadden. Bruiden van nu dragen op de dag van hun leven peperdure, witte wolken van tule en satijn.
Maar er is iets vreemds gebeurd in de loop van de geschiedenis. Toen de witte bruidsjurk werd bedacht, symboliseerde hij de kuisheid van het meisje dat op het punt stond vrouw te worden. Hij was lang, hoog gesloten en had mouwen tot de polsen. Die vorm bestaat nog wel: kijk maar in orthodoxe kringen, christelijk of islamitisch.
Voor de rest is de bruidsjurk ergens op zijn reis door de tijd en de sociale gelederen in de war geraakt met de baljurk. Misschien het eerst met de witte jurkjes die horen bij het debutantenbal dat immers ook, net als trouwen, een rite de passage was (al droegen jonge debutantes oorspronkelijk echt geen strapless). In 1955 maakte de witte strapless jurk van Marilyn Monroe uit The Seven Year Itch furore; het beeld daarvan is niet meer weg te branden uit de collectieve modedromen.
Dat moderne bruidsjurken daar vaak op lijken heeft ook met de hang naar glamour van de laatste 20, 30 jaar te maken. Hoe dan ook: wie in 2013 een trouwerij ziet, ziet in het middelpunt maar al te vaak een vrouw in een witte baljurk, onwennig met haar blote schouders, alsof zij is afgedwaald van een feest dat ergens anders wordt gevierd.