Ileen
Montijn

 

David Hockney

12 januari 2013

David Hockney, Woldgate wood

David Hockney, Woldgate wood

Het is alsof hij iets met je ogen doet. Of met je hoofd. Je komt de tentoonstelling A bigger picture binnen en ziet – inderdaad – erg grote schilderijen, die bij nader inzien uit afzonderlijke delen blijken te bestaan, en prints zijn van iPad-schilderijen. Heel kleurig. Je denkt: ja, leuk. Maar naarmate je verder loopt zie je meer. De enorme bosgezichten, landschappen in olieverf, er zijn ook aquarellen, vaak van dezelfde plek in ander licht en/of seizoen, worden mooier voor je ogen, je ziet steeds beter wat hij ziet.

En dan, in een zaal waar op vier muren gefilmde landschappen, elk verdeeld in negen vlakken, héél zachtjes bewegen alsof je er zelf loopt, ben je verloren. Nu ja, ik was dat: ik wilde er blijven, wilde er wonen, hier, in de waarneming van een kunstenaar die in staat is je op te nemen in de manier waarop hij de dingen ziet. Die ‘multi-focus-films’ zijn een waanzinnige kunstgreep, duur, ingewikkeld: maar het effect is dat een grote vrede over de beschouwer komt. Ja, de kunst gaat boven de natuur, en kunst is geluk.

Er is nog veel meer: iPads bijvoorbeeld waarop je zijn hand volgt die een landschap schetst. En dan nog iets heel geks, een multi-focusfilm van achttien schermen, niet van een landschap, maar van twaalf jonglerende mensen in een studio, met ballen, knotsen, ringen. Langzaam lopen ze door het verbrokkelde beeld, in een optocht die begeleid wordt door opgewekte accordeonmuziek. Het spijt me van alle grote woorden, maar het is betoverend.

En wat is die muziek toch maar weer? Het is (zo achterhaal ik thuis) Sousa’s militaire mars Stars and Stripes forever. Zestig jaar geleden gebruikten Charles en Ray Eames hem voor hun korte kinderfilm Parade, een optocht van speelgoed (maar niet, zoals bij Hockney, gespeeld op een vredelievende trekharmonica). Bij Hockney is niets toevallig.

Doe het, ga kijken. Het kan nog, en Keulen is helemaal niet zo ver.