Cees Fasseur, Wilhelmina. De jonge koningin (1998-i)
In de trein zie ik vaak mensen die kolossaal dikke boeken, meestal paperbacks, lezen. Ik vraag me dan altijd af wat de charme kan zijn van zulke vreselijk dikke boeken, waar je een hele tijd mee bezig bent; van de schrijvers of de titels heb ik haast nooit gehoord. Zijn die dan zó mooi? Nu lees ik Wilhelmina. De jonge koningin door Cees Fasseur, een pil van 600 pagina’s – en kan ik ineens iets navoelen van het prettige van die omvang.
Wilhelmina leest als een trein, al is het niet opvallend goed geschreven; maar het is goed gemaakt, het interesseert me, en de omvang geeft een eigen soort behaaglijkheid. In een dik boek zit je veilig. Het gaat maar door, je hoeft niet bezorgd te zijn dat het op zal raken. Hoewel… ik ben nog niet op de helft, maar denk toch al: ik moet ergens deel 2, van die vormeloze jas (idiote titel!) zien te kopen. Voor nog meer veiligheid.