Ileen
Montijn

 

De freule

5 maart 2009

Huis in Gelderland

Huis in Gelderland

Freule van C. was al oud toen we haar leerden kennen: een opgewekt, voortvarend mevrouwtje in een groene loden jas. ‘De freule’ werd ze genoemd, maar mijn moeder zei Liesbeth. Ondanks haar aanzienlijke rijkdom (ze bezat verscheidene boerderijen) leefde ze héél zuinig, en gaf ze bij de thee zulke goedkope koekjes dat een ander zich ervoor gegeneerd zou hebben. Freule van C. was nooit getrouwd, wat algemeen werd geweten aan het feit dat zij nogal lelijk was. Maar op een dag zei een oude mijnheer vertrouwelijk tegen mij: zie je dat grove, boerse in het gezicht van de freule? Dat zie je toch zo vaak, dat de echte adel van die boerse trekken heeft…

Hij bedoelde er niets kwaads mee. Het is een overtuiging die in zijn generatie wijd verbreid was: aristocraten hadden een aristocratisch voorkomen, maar als dat niet zo was, was het ook goed – dan was hun onooglijkheid kenmerkend (misschien een tikje gedegenereerd). Maar het is de essentie van discriminatie, want zo vind je je vooroordelen altijd bevestigd. Een jonkheer is edelmoedig, een vuilnisman heeft een blanke pit in zijn ruwe bolster; een slons is een slons, maar bij een barones heet het aristocratische nonchalance. Dat vind ik een fascinerend verschijnsel.