Bunschoten-Spakenburg 1934
Streekdracht’ moeten we zeggen, niet ‘klederdracht’, want dat betekent niks. Er verscheen een fantastisch boek over het onderwerp, zo’n dik 15-euroboekje vol met plaatjes. Adriana Brunsting en Hanneke van Zuthem geven uitleg bij een ongelooflijke collectie foto’s, oude en ook nieuwe – over broeksknopen en gehaakte mutsen, oorijzers, visserstruien, plooischaren. Een verloren wereld van spullen die hoogst belangrijk waren voor een groot deel van de bevolking. Ze staan op de foto’s, mensen met open of verlegen gezichten, in rouw, in opknapdracht, hakend of gewoon poserend. Eindeloze zorg werd besteed aan de juiste kleding want dat hoorde zo, het gaf structuur aan de wereld. Je was arm maar je deed wat je kon. Of rijk natuurlijk, en wat een pracht was dan die zondagse opschik!
Moderne intellectuelen halen er hun schouders bij op. Ach klederdrachten, dat is toch niet interessant? Ze houden zich liever met ideeën bezig dan met nederige voorwerpen en kleine mensen. Maar oei, wat vergissen ze zich.
(Een foto van A. van Agtmaal, ‘Verstelde kleding’ te Bunschoten-Spakenburg, 1934)