Ileen
Montijn

 

De rode jurk

13 november 2025

Later, als ze vrij en volwassen zou zijn, zou ze een rode jurk hebben, vuurrood, en dan zou hij haar zien lopen. Hij zou ridderlijk zijn, met stralende ogen en een warme, eerlijke mond, en dan zouden ze samen verder wandelen, en iedereen zou ze geweldig vinden.
      En nu… nu heeft ze die stomme jurk.
      Dorothy Parker (1893-1967) was misschien wel de leukste waarneemster van la condition feminine van haar tijd. Zij vereeuwigde “The Red Dress” in een gedicht dat ik hierboven gebrekkig weergaf, samen met de ontgoocheling die het leven meebrengt. Had iemand al eens eerder een rode jurk beschreven als een icoon, een toppunt van begeerlijkheid?

      Ik had zo’n rode jurk, echt vuurrood. Veertien of vijftien was ik, en ik kreeg hem voor het slotbal van dansles. Een kort, feestelijk baljurkje, van glanzende stof die dun was, maar toch een beetje stijf: zijden organza, zei de verkoopster. Het lijfje aansluitend, met een lage ronde hals, en de rok in laagjes bollend. Van het hele bal herinner ik me vrijwel niets. Het was in een zaal in de stad, en we kregen ook eten, alsof we volwassen waren, aan tafels, met wijn erbij. Oppenheimer Krötenbrunnen heette die wijn. Waarom weet ik dát nou wel, en niet meer met wie ik het vaakst heb gedanst?
      De rode jurk heeft nadien niet meer vaak dienst gedaan. Bij een verhuizing moet hij zijn afgevoerd. Maar hoe hij voelde weet ik nog precies.