Ileen
Montijn

 

De witte jas

18 januari 2008

Soms heb je het gevoel dat iedereen voortdurend de boel van vorige generaties aan het opruimen is: spullen sorteren, verzinnen waar ze heen moeten, wie er nog wat aan heeft, hoe ze te bewaren. Ik ben nu betrokken bij de nalatenschap van de kunstenares Agnes van den Brandeler (1918-2002), een wonderlijk, bijzonder mens. Haar leven lang, reizend, schilderend, verzamelend, in opstand – maar toch ook weer niet – tegen het chique Haagse milieu van haar jeugd. Ze woonde in een schilderachtig oud huis in Hengelo (Gld.), bijna bedolven onder papieren, herinneringen, albums, antiek – en niet te vergeten haar eigen schilderijen, honderden. Er dook ook kleding op, waaronder een schitterende jas van wit bont, bepaald geen gewone bontjas. Niemand weet meer waar hij vandaan komt. Ik wacht met spanning op het oordeel van mijn kostuumvriendinnen; wat is er toch veel, en vlakbij, waar je al niets meer van begrijpt.