Godfried Bomans (met kerstkransje) bij Mies Bouwman, 1966
Ik had nooit zo beseft dat Godfried Bomans (1913-1971) eigenlijk een heel knappe man was – en dat hij zich bij voorkeur kleedde in driedelig pak. Dat hoorde wel bij die tijd, maar zo driedelig als hij liep lang niet iedereen er bij. Op de Bomans-tentoonstelling in Haarlem is ook een tv-gesprek te zien dat Mies Bouwman met hem had. Ik viel er in toen Mies net tegen hem zei: Godfried, ik heb een vraag, het is misschien een beetje impertinent, maar... Ze vroeg hem te laten zien wat hij in zijn zakken had, de zakken van zijn pak. Het idee scheen te zijn dat je daaruit iemands karakter beter kon aflezen dan uit het vertrouwelijkste gesprek.
Impertinent, inderdaad: maar Bomans begon gewillig van alles tevoorschijn te halen, erg saaie dingen, behalve een onverwachte rol chocoladeflikken, die hij had ‘gevonden’ in de kantine van het omroepgebouw. Hij had het nog gevraagd maar nee, hij was van niemand. Het zou leuk zijn geweest als hij hem ter plekke aan Mies had geschonken, of als zij het publiek had gevraagd: mist iemand een rol flikken? Maar dat durfden ze geen van beiden. Er kwam nog een los kerstkransje uit een zak, van Bomans’ dochtertje zei hij, en dat was alles. Geen kam? vroeg Mies. O ja toch, uit een zak van zijn jasje: een kam. Over Bomans’ karakter was niemand wijzer geworden – al kon je je afvragen wat er nog meer in het duister van zijn zakken verborgen was gebleven.