Ileen
Montijn

 

Doofstraf

1 augustus 2008

David Lodge draagt zijn nieuwste boek, Deaf Sentence, op aan zijn vertalers in vele talen, van Italiaans tot Japans, vooral degenen met wie hij bevriend is geraakt. Er is geen Nederlandse naam bij. Het boek zit vol met taal, met grapjes, misverstanden, poëzie, taalkundige uitweidingen (de hoofdfiguur is een linguïst, net als Lodge zelf – die trouwens net als hij last van doofheid heeft). Het te vertalen moet een bijna onmogelijke opgaaf zijn – en dan boffen wij nog met ‘doof’ en ‘dood’ – hoe zou dat in het Frans of het Duits moeten?

Doofheid is een mooi thema, het is wel een ‘rijk’ boek – maar toch is Lodge hier niet op z’n best. Het kabbelt te veel en verrast te weinig. De schrijver wordt oud, zeggen we dan (alweer, net als zijn hoofdfiguur). Maar dat is natuurlijk heel onredelijk. Mag iemand die al zo veel plezier heeft gebracht niet eens een wat minder boek schrijven?