Agnes van den Brandeler, Zuidelijke tuin (c. 1957)
Een dagboek dient om de dingen vast te houden. Het is een wapen tegen het vergeten, tegen de vluchtigheid. Agnes van den Brandeler, schilderes (zie ilog van 18 januari), bewaarde het liefste alles. Zij schreef veel: brieven, herinneringen – en een dagboek dat eigenlijk een nachtboek was. Zij legde er niet in vast wat zij overdag deed, maar haar nachtleven, haar dromen. Tientallen jaren hield zij dat droomdagboek bij. In haar forse handschrift noteerde zij op losse vellen papier haar dromen en de associaties die die opriepen, compleet met schetsjes en uitgewerkte tekeningen. Het droomdagboek dijde uit tot bijna onhanteerbare proporties.
Nu zij dood is, kunnen anderen het lezen. Wie dat doet stapt, als een indiscrete bezoeker, een intieme, wondere binnenwereld in. Bij mijn kennismaking met het droomdagboek voelde ik voor het eerst een steekje jaloezie op Agnes. Want hoewel somber van aard, en niet erg geneigd om tevreden te zijn met het bestaan, was zij toch maar geslaagd in iets heel bijzonders: twee levens te leiden èn vast te houden, een overdag en een ’s nachts.