Foto Jean Healy (Flickr)
Alle badplaatsen lijken op elkaar, met een onnozele, feestelijke blijheid die elk moment kan vervallen in vergane glorie – en dat in de meeste gevallen al heeft gedaan. Het bloeitijdperk van de badplaats is al erg lang geleden; woorden als dagjesmensen, pleziertreinen, pootjebaden of ‘ijsco’ lijken al afkomstig uit een andere wereld.
Gisteren – het was een grijze dag hier in Engeland – bezochten we de pier van Eastbourne, een haveloos gevaarte van gietijzer en oud hout. Het interessantste onderdeel, een camera obscura in de koepel van het paviljoen aan het eind, bleek helaas gesloten… en dat al een tijdje, zo te zien. De bejaarden om ons heen hadden het wonder waarschijnlijk allemaal al vaak genoeg bekeken. Gelukkig was de Victorian Tea Room wel open: daar serveren ze een zeer matige cream tea onder een plafond, behangen met oude, rood-wit gestreepte banen tentstof, alles overspoeld met Italiaanse belcanto-muziek uit diverse luidsprekers. Wat een snertvakantie, zult u zeggen. Maar van een bepaald soort weemoed kan een mens juist heel opgewekt worden.