Kleuter
L’état c’est moi, dat is de essentie van de monarchie.
Koningen, zeker moderne, mogen graag zeggen dat zij hun land ‘dienen’; dat klinkt prachtig, maar zo heel nederig is het nu ook weer niet bedoeld, en dat weten ze zelf heel goed. Natuurlijk vindt Beatrix het een affront dat haar uitgaven in detail zouden moeten worden gecontroleerd. Privé en openbaar zijn hier toch niet te scheiden? De koningin IS het land. Het koninklijk huis bestaat om een nationaal symbool te zijn, zijn leden zijn geboren om in paleizen te wonen, en als Beatrix een beschuitje met aardbeien eet hoort dat bij haar bestaan, bij het paleis, bij het land. (Daarom kunnen moeders thuis tegen hun smakkende, morsende kinderen zeggen: zou je dat ook doen als je bij de koningin aan tafel zat?)
Zo gezien is het heel onredelijk – en de koningin vindt het ongetwijfeld brutaal – om grenzen te willen trekken tussen wat wel en wat niet ‘functioneel’ is, of te zeggen dat sommige vliegreizen extravagant zijn. Je kunt toch niet de Vorst wantrouwen? Extravagant is, dat Amaliaatje naar een ‘gewone’ kleuterschool gaat in plaats van een gouvernante te hebben – een sentimenteel gebaar jegens het volk, dat veel meer kost dan die gouvernante zou doen. De hele monarchie is per definitie extravagant; het is een onzinnig instituut. Het is grappig om te zien hoe politici nu weer heel even spelen dat je zoiets democratisch kunt controleren. Of misschien denken ze het echt, maar dan zijn ze toch een beetje dom.