Ileen
Montijn

 

Gezellige praatjes

8 juli 2011

De mensen geven weer als voorheen aan goede doelen, zo meldde de krant laatst – dat is fijn. Het zal toch niet te danken zijn aan de nieuwe tactiek van inzamelen die de laatste tijd is te bespeuren: die van het gezellige praatje?

Op straat werd ik overvallen door een mij onbekend meisje dat zei: ‘Dag mevrouw, wat een leuke jas hebt u aan!’ – Hè wat? Ik droeg een heel gewone jas, maar uit haar witte doktersjas met embleempje viel op te maken dat zij van plan was, al converserend uit te komen bij het waarom van die dracht, en zo, heel ongemerkt, mij te bewegen tot een bijdrage voor Artsen zonder Grenzen. Redeloze irritatie maakte zich van mij meester: ben ik een kleuter? Zie ik er uit alsof ik honger naar menselijk contact?

Gisteren belde iemand van Milieudefensie op, die mijn inspanningen voor een betere wereld begon te prijzen, en van plan leek om nog een hele tijd door te babbelen. (Het had waarschijnlijk te maken met de nee/nee-sticker die ik jaren geleden heb besteld.) Ach, ze moeten wat natuurlijk, de goede doelen. Maar ze moeten niet met gezellige praatjes komen, want dan krijgen ze niets – tenminste niet van mij.

PS: Het kon niet anders: het boek van Glattauer (zie hieronder) is al lang in het Nederlands vertaald, en wel door Gerrit Bussink bij de Wereldbibliotheek (Emmi@Leo, heet het). Dit najaar komt het zelfs op het Nederlandse toneel, met Waldemar Torenstra en Loes Haverkort. Ik heb het uit, en mijn hoop is niet bewaarheid. Maar het was wel spannend.