Ileen
Montijn

 

In de badkamer

19 juni 2010

Baden anno 1900

Baden anno 1900

Ernst van Lowe is gek geworden. Er moet iets gebeuren. Zijn zuster Dorine waarschuwt de familie en hun zwager Gerrit, de nuchtere huzaar, gaat er heen. Onderweg wil hij even zijn zwager Paul ophalen, de estheet, die aan de Nieuwe Uitleg woont.

En dan volgt een scène waarvan de lezer zelf bijna gek wordt want Gerrit moet wachten op Paul, die nog sliep, en die in zijn roze nachthemd naar zijn badkamer gaat. Daar blijft hij eindeloos lang. Door de deur zegt hij tegen de ongeduldige Gerrit dat hij niet anders kan; hij moet toch baden, zich scheren, zijn nagels doen… en als hij dan eindelijk tevoorschijn is gekomen en met zorg zijn kleren uitkiest, ziet Gerrit door een kier hoe keurig en schoon die badkamer is.

‘Doe jij zelf je waschtafel?’ vroeg Gerrit verwonderd.

‘Natuurlijk,’ zei Paul kalm, zich nu aanschietende het hemd. ‘Dacht je, dat ik dat aan de meid overliet? Nooit. Ze heeft niets anders te doen dan mijn emmer uit te gooien. Mijn tub, mijn kom, mijn bakjes… ik doe alles zelf… Ik heb voor alles aparte doeken, die hangen over een rek. De wereld is al smerig genoeg, ook al is men nog zoo netjes.’
‘Dan heb je waarachtig alles nog al vlug gedaan!’ zei Gerrit, verbaasd.
‘Methode,’ antwoordde Paul koeltjes, maar inwendig zeer gevleid door Gerrits woord. ‘Als men methode heeft, gaat alles vlug.’

(Couperus, De boeken der kleine zielen [1901-’03])