Ileen
Montijn

 

In Normandië

7 juni 2010

Veulettes-sur-Mer, 4 juni 2010

Veulettes-sur-Mer, 4 juni 2010

In Normandië, aan de Côte d’Albâtre, was het wonderlijk stil. Niet dat we dat erg vonden, integendeel, wij hadden genoeg aan ons eigen gezelschap en de natuur, die er prachtig is. Maar het was begin juni, en we hoopten voor de plaatselijke uitbaters dat er gauw wat zomerse drukte zou komen, want daar leek alles op te wachten.

Ik had een reisgids uit 1929 bij me, een Guide Bleu; op de titelpagina zette mijn grootvader ooit sierlijk in inkt zijn naam. Uit die gids kreeg ik de indruk dat het tachtig jaar geleden eigenlijk drukker was dan nu – de kleinste kustplaatsjes, zoals Les Petites Dalles (de naam zegt het al) worden station balnéaire fréquentée genoemd, met de principaux fournisseurs sur place – nu was daar echt niets behalve een betonnen parkeerplaats en wat huizen met gesloten luiken. Elders in mijn Guide Bleu kon je zien hoe dicht het spoorwegnet toen was: overal kon je met de trein komen.

Maar wat je toen niet had was dat andere netwerk: de wandelpaden van de Grande Randonnée en aansluitende, kleinere lussen. Hoe lang wandelen mensen nu al aan de hand van die wit-rode streepjes door Europa? Afwisselender paden dan in Normandië heb ik nooit meegemaakt, van bos en akkerland langs dorpen met grappige huizen naar klif en kiezelstrand: zij waren alleen al de reis waard.