illustratie: Lotte Ruting, 1936
Toch is het slechts ten dele waar, wat ik gisteren schreef over adellijke titels. Ik volgde Jaap Dronkers, de socioloog die onderzoek doet naar sociale ongelijkheid. Volgens hem levert adeldom in onze tijd nog steeds voordeel op, en een grotere kans op topposities: maar alléén als iemand verder even goed gekwalificeerd is als de concurrentie. Dat zal ook wel waar zijn. Maar je moet natuurlijk wel zelf met zo’n titel voor de dag komen, voordat je omgeving hem interessant kan vinden.
In Nederland is de adel dun gezaaid onder politici en andere BN’ers. Wie weet dat de ’televisiemaker’ Ursul de Geer van adel is, of dat die econoom officieel Sweder, baron van Wijnbergen heet? Die hebben gewoon besloten om hun titel nooit te gebruiken: zij bleven in de kast. Veel ‘gewone’ mensen van adel hebben dat ook gedaan, in het egalitaire na-oorlogse Nederland. Maar daarin komt tegenwoordig weer zachtjes verandering. Het zal mij benieuwen of wij binnenkort ook een koele barones of toffe jonkheer krijgen.