Ileen
Montijn

 

La Born

25 april 2008

Ik heb Wina Born wel eens zien eten. Moet je dat al uitleggen, wie Wina Born was? Lang geleden, toen koks nog geen tv-sterren waren en nog niemand van koriander had gehoord, was zij de koningin van de Nederlandse kookschrijverij. Wina Born beweerde graag dat koken kunst was, niet ‘een kunst’, maar echt kunst, net als schilderen en componeren. Ze schreef geëxalteerde stukken over eten, vooral in restaurants, met bééldschone foto’s erbij, in de Avenue – o help, wat een bejaardenpraatje is dit: Avenue bestaat ook al niet meer.

Maar wat ik wou zeggen: tot mijn verbazing schrokte Wina Born. Zij at snel, met flinke happen. Ik zag het een keer aan een persdiner, dus eigenlijk nogal een openbare gelegenheid. Zij beheerste zich niet, maar zat gewoon te smullen, en dat vond ik hartverwarmend – om twee tegenstrijdige redenen. Enerzijds omdat la Born zich blootgaf: haar lust in het eten was duidelijk sterker dan alle culinaire pretenties. En anderzijds omdat ik het ook doe. Ik kan het niet helpen, bijna altijd heb ik als eerste mijn bordje leeg. Dat is heel erg, want zo wek je natuurlijk de indruk dat je niet goed proeft. Gulzig eten staat haaks op het serieuze fijnproeverdom. Maar wat is nou belangrijker: genieten, of een serieuze indruk maken? Als ik moet kiezen (wat Wina Born niet deed) dan weet ik het wel.