Het was een weldadige zondag, vol ruimte omdat we dat gestolen uurtje (in het voorjaar ingehouden ten behoeve van de zomertijd) weer terugkregen. Eén dag lang is het dan aldoor vroeger dan je denkt. Nooit ga je rustiger in bad dan op die dag, in een bad met schuimbobbels die lijken op de wolken die je door het grote badkamerraam plechtig langs de lucht ziet zeilen. En daarna is het nog pas half tien. Koffie, kranten, huiselijk getut. (We wonen hier nu vijf jaar, met ouderwetse bovenramen op een hoogte waar de glazenwassers met ladders niet bij mogen – en zaterdag pas kochten we een simpel telescopisch ding met een wasser en een wisser, om die op eenvoudige wijze schoon te maken. Geweldig!)
’s Avonds hachee, eindeloos gesudderd. En daarna: toch moe, want de gevoelstijd loopt voor op de echte tijd. Bijna in slaap bij Emma op BBC 1. En dan op tijd naar bed; de volgende dag is het over. Althans, ik werd vanochtend op de nieuwe tijd wakker alsof er niets aan de hand was. Daar gaat je winst – of nog niet helemaal? Het is nu half tien, de dag is jong; ik voel het toch nog een beetje, geloof ik. Leve de wintertijd.