Schrift met lapjes van Hendrika Beukema, c. 1830
Quilts, kunst met een Q is de eerste tentoonstelling die ik ooit meemaakte, waar géén bijschriften bij de objecten staan. Wie wil weten waarnaar hij kijkt, moet voor 2,50 euro een tweetalig boekje kopen – een onoverzichtelijk boekje, dat bovendien heel slecht te lezen is in de deels schemerige zalen. Die objecten zijn prachtig, en prachtig is ook dat de tentoonstelling een denderend succes is – terwijl nog pas tien jaar geleden geen hond naar zulke dingen omkeek, en stoere museumbazen zoals Wim van Krimpen (toen directeur van het Fries Museum, waar nu die quilt-tentoonstelling is) hun textielcollecties liever kwijt dan rijk waren.
Er zijn werkelijk ontroerend mooie dingen te zien. Vooral de antieke dekens, achttiende-eeuwse doorgestikte rokken, gewatteerde jasjes, wonderen van huisvlijt, ingetogen schoonheid. Maar ik werd steeds afgeleid door bijzaken. Niet alleen het schreeuwende verlangen naar hedendaagsheid in de opmaak van de tentoonstelling, maar ook het taalprobleem: ‘quilts’ is zo’n idiote term voor stokoude lapjesdekens en traditioneel stikwerk. Maar hij vormt wel de brug naar de moderne hobby met dezelfde naam, die erg populair is, en voor busladingen bezoekers zorgt. Quilts – Art with a capital Q, heet de tentoonstelling in het Engels. Hihi.