Tulpvormig eiland voor de kust
Iets in de vorm van iets anders – dat is geen slechte definitie van kitsch, bedacht ik toen ik weer eens las over het idee voor een tulpvormig eiland voor de Nederlandse kust. Hoe groot kun je wansmaak opblazen? Een asbak in de vorm van een ingedeukt bierflesje, alla. Maar een hamburgertent in de vorm van een grote hamburger – op die schaal zit je voor je het weet al bij wat geen kitsch meer heet, maar postmoderne architectuur. (Zo’n hamburgertent staat volgens mij in het boek daarover van Charles Jencks uit 1977.) Ongetwijfeld zal ook dat eiland, als het Innovatieplatform zijn zin krijgt, postmodern worden genoemd.
‘Ik vind dat we in Nederland iets groots moeten doen’, zo verdedigt mijnheer Hans de Boer, ex-midden- en kleinbedrijf, het plan. Iets groots – het is een oude wijsheid, dat een volk zo nu en dan iets groots nodig heeft om begeesterd te raken. Vroeger vervulden oorlogen die functie. In de twintigste eeuw waren het voor Nederland ‘grote werken’ zoals de Afsluitdijk, de Deltawerken. Nu is daar het tulpvormige eiland, platvloersheid op megaschaal, een vloek voor de scheepvaart, maximale inspanning voor minimale zin. Het is maar waarin je groot wilt zijn.