Mantelpak, 1915
Het werkjaar is weer begonnen, mijn stuk over het mantelpak bijna af (10 november schreef ik daarover, het is ook wel hoogste tijd).
Ik schrijf toch maar geen brief aan Kees Fens, die vanochtend weer zo’n onbegrijpelijk stuk in de Volkskrant had, dit keer over het boek van Howard McGee, analytisch schrijver over voedsel: dat vond Fens maar niks, dat iemand over koken schrijft zonder het steeds maar over de warme betovering ervan te hebben. Hè wat? Mijnheer Fens, sinds wanneer is op bepaalde terreinen rationaliteit verboden? Kort voor kerstmis schreef Fens een al even onbegrijpelijke, zuur negatieve recensie van een boek over Kingsley Amis, zonder één keer op Amis’ grootheid als schrijver in te gaan.
Dat ik me aan dat alles stoor is natuurlijk omdat Fens zo aardig schreef over mijn bedboek, Tussen stro en veren. Wat moet ik nu denken? Wie heeft waar gedwaald?