J.-L. David, Gevangenbewaarder (1795)
Hij was de eerste man van mijn dromen – de graaf van Monte-Cristo. Onmetelijk rijk, knap, superieur is hij, en zo neemt hij wraak op de valse vrienden die hem in het verderf stortten toen hij nog de jonge, blije zeeman Edmond Dantès was. Ik was klein toen ik het boek las, in een Nederlandse bewerking in drie deeltjes door W.J.A. Roldanus uit 1923, die ik in de boekenkast van mijn ouders vond – waar zijn die nu?
O, Monte-Cristo, veertien jaar opgesloten in het Chateau d’If, zijn Mercedes verloren (geen auto, maar de liefde van zijn leven). Veel ontging me denk ik, maar ik zie nog voor me hoe hij een bolletje hasjiesj nam, in zijn rijtuig, die had hij uit het Oosten meegenomen, net als de lieftallige Haydée…
Nu bezit ik eindelijk het Franse origineel van Alexandre Dumas, dat even dik is als mijn held rijk, twee boekdelen van elk 800 bladzijden. Opnieuw lees ik ademloos en houd ik mijn hart vast bij elke spannende wending. Wat een boek.