Diorama Anneke van de Wal
In een van de huizen van mijn jeugd – het zijn er een stuk of zes – had mijn moeder een naaikamer. Hij was naast de studeerkamer van mijn vader, waar het schemerig was en het rook naar pijptabak. In de naaikamer daarentegen was het licht en fris, de strijkplank stond er, en natuurlijk de Singer handnaaimachine die mijn moeder bij haar trouwen had gekregen. Het was de jubileumeditie van 1951, toen Singer 100 jaar bestond: een loodzwaar ding in een imposante koffer van triplex – ik hoor nog de holle klank van die koffer, als je het machientje er met veel moeite in schoof.
(Had ik hem toch niet aan de kringloopwinkel moeten geven, die antieke Singer? Maar daar zat iemand die er belangstelling voor had. En oude naaimachines zijn niet veel waard geloof ik – wat heb je er ook aan, als je niet eens kunt zigzaggen?)
Niemand heeft meer een naaikamer, denk ik. Laatst kwam ik er een tegen op miniatuurformaat: een diorama van Anneke van de Wal, op een tentoonstelling in het Verweymuseum in Haarlem. Een kijkkastje, niet groter dan mijn laptop, met twee naaimachines (de voorste, een trapnaaimachine van het merk Hennig, lijkt sprekend op de Singer van mijn moeder), een antiek strijkijzer, een radio – en bovenin de kast twee gigantische vingerhoeden, die ik nu pas op de foto zie.
Ik wou dat ik een foto had van de naaikamer van mijn moeder.